Oerbos Hooidelta

Eemien. 8 Door het opwarmende klimaat smolt het landijs waardoor de zeespiegel begon te stijgen. Door het afsmelten van de gletsjers ontstonden er door smeltwater op een aantal plaatsen diep uitgesleten dalen. De ligging in het glaciale tongbekken heeft tot op de dag van vandaag ervoor gezorgd dat het hele studiegebied in een natte laagte ligt. Later in het verhaal zal blijken dat deze lage ligging cruciaal is geweest voor het ontstaan van de uitgestrekte hooilanden in de IJsseldelta. Nadat het landijs was verdwenen en de ondergrond ontdooid was konden er weer bomen gaan groeien. Berken en jeneverbessen waagden zich als eerste in het ledige landschap. Daarop volgden uitgestrekte dennenbossen, die op haar beurt weer plaats moesten maken voor een gemengd bos met soorten als eik, iep, linde, esdoorn en hazelaar. 9 Het almaar stijgende zeewater deed uiteindelijk voor het eerst sinds 1,8 miljoen jaar grote delen van Nederland overstromen, waarbij de zeespiegel zo’n één tot twee meter hoger kwam te liggen dan tegenwoordig. 10 Tijdens deze overstromingen werd er een dik pakket Eemklei afgezet. Bovenop dit kleidek kwam een laag veen tot ontwikkeling. 11

Een deken van dekzand Rond 115.000 jaar geleden werd het opnieuw koud. Deze laatste ijstijd wordt ook wel de Weichsel-ijstijd of het Weichselien genoemd, naar de bekende Poolse rivier. De zeespiegel lag aan het begin van het Weichselien ongeveer 30 tot 40 meter lager dan nu het geval is. 12 Gedurende dit glaciaal was sprake van steeds wisselende koude en warme perioden, waarbij de koudste fase pas rond 18.000 jaar geleden werd bereikt. 13 Toen was er sprake van een poolwoestijn met een permanent bevroren ondergrond. 14 Doordat bossen ontbraken had de wind vrij spel. Ze verplaatste grote hoeveelheden zand over het landschap. Op een aantal plaatsen werden daardoor zogenaamde dekzandruggen gevormd. In het deelgebied Kamperveen ligt het Fig. 20. In het Kamperveen ligt het pleistocene zand op een aantal plaatsen aan de oppervlakte. Bron: Topografisch Militaire Kaart 1850, Geomorfologische Kaart schaal 1:50.000

Fig. 19. Het landschap zag er tijdens de koudste periodes van de laatste ijstijd uit als een kale zandvlakte. Door het ontbreken van vegetatie had de wind er vrij spel. BRON: Alan Fieldus via Flicker.com.

8 De Mulder 2003, 203. 9 De Mulder 2003, 203. 10 De Mulder 2003, 205. 11 Eilander 1990, 16.

12 De Mulder 2003, 207. 13 De Mulder 2003, 206. 14 Eilander 1990, 17.

25

Made with FlippingBook Annual report